Nadat het gezelschap de troglodytes ten ruste had gelegd in de modder, werd hun aandacht getrokken door groene rook die uit de schoorsteenpijp van De hut van de Hag. Het hutje zag eruit alsof er al een tijdje iemand op zoek was naar een interieurverzorgster. Voorzicht manoeuvreerde het gezelschap richting het gebouw. Er werd een poging ondernomen om een blik naar binnen te werpen via een raam, maar de staat van het geheel belemmerde het zicht. Vanwege de rook, de ernst van de zaak en een eventuele beloning voor het vinden van overlevenden, gingen er algauw stemmen op om naar binnen te gaan.
Uit verstandigheid vroeg Vik ‘moeten we dit wel doen, hoe gehavend is iedereen?’ Maar zoals wel vaker bij rationaliteit, werd hier niet al te lang bij stil gestaan. Kauw-Kauw had dieren in de hut gehoord en voelde aan de deur. De deur stond open en stem begroette hen. Of ze een kopje thee wilden drinken werd er vriendelijk gevraagd. Hoewel je het soms best kan treffen wanneer je iets aanneemt van een vreemde zonder jezelf eerst te hebben voorgesteld, leek het in dit geval niet echt een goed idee.
Inmiddels had een deel van de groep haar herkend als zijnde een Hag van de hut, echter ging het getouwtrek over het wel of niet op drinken van de thee nog steeds door. Kauw-Kauw vertrouwde het niet meer en liep naar de deur, maar deze sloot §zich en bleef gesloten. Karros dacht de hag voor de gek te kunnen houden en ging op het aanbod van de thee in. Hij deed alsof hij het drankje opdronk en terwijl hij dat deed lachte de groene vrouw en wreef ze in haar handen. Volgens haar zou het nu niet lang meer duren.
Dat het niet lang meer zou duren was ook de opvatting van Vik. Hij omklemde zijn warhammer en maakte zich gereed om uit te halen. Op dit moment ontbrandde de boel en was vechten onvermijdelijk geworden. Dit was ook het moment waarop eenieder voor zichzelf even terugdacht aan Viks eerdere vraag ‘hoe gehavend is iedereen?’. De hag deelde rake klappen uit met haar lange nagels en bleek daarnaast ook nog controle te hebben over voorwerpen uit de hut. Het ensemble liet zich niet van de wijs brengen door deze imponerende tegenstandster en sloeg toe waar ze konden. Inmiddels begon de groep al aardig als een geoliede machine te vechten. Met de kracht van metaal, pijlen en spreuken velden ze ook deze schurk.
Na het gevecht doorzochten ze de hut en kwamen onder andere gekleurde kristallen, kleding, kooien, een kist en een pratende otter genaamd Donnie tegen. Bij de kist troffen ze een raadsel aan welke ze na enig overleg hebben opgelost en vervolgens konden ze de kist openen. Karros de rogue leek tevreden te zijn met de gevonden schatten en goud. De rest van de groep verlegde hun aandacht naar een schattige otter in een maliënkolder. Faunalyn bereidde zich kort even voor en kon toen met dieren spreken. Maar toen de otter sprak begon te spreken, kon iedereen het verstaan. Warempel, het beest sprak gewoon common.
De otter vertelde dat hij in een hinderlaag van necromancers was beland, waarbij hij al zijn vriendjes had verloren. Hij sprak over gevoelens van wraak en over Mysterium Corpus. De groep was erg gecharmeerd van het diertje. Kauw-Kauw zag in de schattige waterkat het ideale huisdier en begon hem te lokken met brokjes, maar tot heden voelde de otter zich te gelijk om zijn meerdere aan Kauw-Kauw te erkennen. Kauw-Kauw zou het blijven proberen.
Het gezelschap beraadde zich over wat de volgende stap in hun avontuur zou zijn, terug naar het dorp of mee met de otter in een missie voor wraak. Ze beseften zich dat ze eerst wel een goede nachtrust konden gebruiken en de hut leek daarvoor de meest veilige plek. Zoals bij elk rustmomenten was iedereen met puntoren of andere elfachtige eigenschappen de sigaar voor het houden van de wacht. Meestal betekende dit, op de eventueel vallende tak na, niet zo’n heel groot probleem, maar de elfen wisten hier altijd goed de slachtofferrol op zich te nemen.
Deze nacht klonken er meerdere malen zware voetstappen in het moeras die zich richting het huisje begaven. Een stem vroeg tot twee keer toe of hij welkom was, maar Faunalyn wist de vreemdeling te foppen en zodoende het gevaar af te houden. Na deze nacht voelde iedereen zich weer wat beter en had men zin om weer op avontuur te gaan.
De otter had wel een idee waar ze ongeveer naar toe moesten. Niet lang daarna zagen ze in de verte al wat vreemde contouren opduiken. Een blik hierop vertelde ze dat het verschillende stenen figuren waren, sommige in slechtere staat dan andere, en een figuur met een zwarte mantel. Ze hadden wel in de gaten dat het er niet in zat om ongezien dichterbij te komen.
Karros, die altijd wel in is voor deceptie, bedacht een plan waarbij hij zou doen alsof Vik en Vos zijn gevangen waren. Vik en Vos, met hun verleden bij Mysterium Corpus, leken de meest geschikte en gezochte gevangenen. De rest van de groep volgde op een afstandje.
Bij de grot aangekomen bleek de list toch wat minder sterk dan gedacht. De man in de ingang wilde het maar slecht geloven en er moest overgestapt worden op geweld. Eerst werd er verbaal wat geroepen over het niet hebben van haar door Vos en daarna werd men fysiek. Geweld bleek zoals wel vaker een prima oplossing te zijn. Het uitschakelen van dit figuur deed wel stemmen opdoemen vanuit de grot. Karros, gevat als hij is, riep dat ze beter niet konden komen. Hij gaf aan hachee gegeten te hebben en hier behoorlijk last van te hebben. Dergelijke last zouden de anderen niet graag met hem willen delen.
Er werd besloten dat Karros de mantel zou aantrekken van de gevallen figuur en dezelfde list nogmaals zou proberen. Maar toen ze richting de grot bewogen doken er vanuit het niets vier zombies op. De zombies leken dood te zijn maar dat niet te willen blijven. Na een tijdje hadden ze de vier zombies toch zo ver gekregen dat ze niet meer opstonden en kon men verder…