De zon nestelt zich aan de hemel en het gezelschap ontwaakt. Ze hebben te horen gekregen over ene heer Thurz, een naam die Vik toch enigszins bekend in de oren klinkt. Het vervolg van de zoektocht zal zich in Grindhuizen af gaan spelen en zodoende vertrekken ze. Het is mooi weer en het pad lijkt goed onderhouden, waardoor ze de vaart erin kunnen houden. Dan wordt opeens de aandacht getrokken door zwarte rook vanuit oostelijke richting. Zou de paus zijn gestorven?
Men besluit in de richting van de rook te verplaatsen. Je weet immers maar nooit waar er iets te helpen of halen valt en Karros ziet overal wel goud in. Al gauw zien ze een olifant met op zijn rug goblins verschijnen. De groep besluit zich in het struikgewas te verstoppen. Zoals dat gaat met verstoppen, is de een daar iets beter in dan de ander en duurt het niet lang voordat het glimmende harnas van Vik wordt opgemerkt. ‘Wat doe jij daar?’, spreekt het goblintuig. ‘Poepen’, jeetjemina ik kak bijna mijn hele harnas vol, mag ik even?’ zegt Vik. Een van de goblins besluit om polshoogte te gaan nemen na deze boodschap. Vakkundig helpt Karros de goblin om zeep en blijft de rest van het gezelschap ongezien.
Het gevaar, in de vorm van een olifant, blijft echter op ze afkomen. Het briljante plan om een touw te spannen en het gevaar te laten struikelen. Maar, zoals je niet je draak aan een boom kan binden met een flosdraad als je boodschappen gaat doen, kan je ook geen grote olifant laten struikelen met een stuk touw. Gelukkig is vechten ook altijd een optie. De eerste spreuken en pijlen vliegen door de lucht.
Faunalynn probeert het toch meer pacifistisch aan te pakken, met praten en pinda’s. De olifant lijkt op het eerste gezicht niet helemaal overtuigd, maar heeft wel oren naar de pinda’s. Ondertussen probeert Vik een olifantenpoot te koppen, dit loopt minder goed af.
Uit het oog van de groep ontwaken ook twee andere figuren bovenop de olifant, Johnny en Paardenbloem. Met wat spreuken en overtuiging weten ze de goblins om de tuin te leiden en zichzelf te bevrijden. Op dat moment dondert ook het gehele zadel van de olifant af. De resterende goblins leggen niet lang daarna het loodje en Paardenbloem en Johnny worden verwelkomd in de groep.
Faunalynn heeft de olifant inmiddels overtuigd om met haar mee te gaan. Samen met hun geslurfde metgezel komen ze bij Grindhuizen, voorheen ook wel Schmekkelton genoemd, aan. De wachters laten ze door de poort. Er is een veelvoud aan winkels, horecagelegenheden en religieuze plekken te bezoeken. Ze gaan naar de Lantern of Appelmoes en spreken met Karel Honingkorf. Daar leren ze dat Thurz, de slangenheer, zich op het eiland vlak voor de kust bevindt en dat er een fikse beloning op hun wacht bij uitschakeling van dit duistere figuur.
Ze hebben nog tijd over en Vos geeft te kennen graag in het colosseum te willen vechten. Karros vraagt gelijk wie er geld wil inzetten op een eventuele overwinning. Vos voelt zich prima in de arena, zelfs wanneer er een bulette ten tonele verschijnt. Misschien had Vos zich toch wat drukker moeten maken, want het gevecht heeft voor hem een bijna fatale afloop. Gelukkig kan zijn vader voorkomen dat hij volledig afgeslacht wordt. Paardenbloem lijkt ook veel te ontspannen, maar heeft een goed werkende tactiek bedacht en verslaat het beest.
Dan is het tijd om op zoek te gaan naar vervoer naar Zwartstrand…